7 tips voor een betere relatie tussen hond en kat

De uitdrukking ‘als kat en hond’ is alom bekend. Het verbaast dan ook niet dat beide diersoorten niet altijd vredelievend samenleven. Maar hoe vermijd je ‘koude oorlog’ en hoe pak je dat precies aan? Laten we beginnen met een voorbeeld dat elke katten- en hondeneigenaar herkent. 

Katten. Ze willen graag meerdere eetlocaties en eten kleine beetjes doorheen de dag. Ze hebben dit fysiek nodig omdat hun metabolisme heel snel werkt. Eten geven op 1 of 2 afgemeten tijdstippen per dag kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Een kat die dan weer elke maaltijd naar binnen schrokt, kan ze even snel weer overgeven. Haar maag kan namelijk niet zo veel uitzetten. 

Honden. Ze zouden zich maar al te graag op een ‘free buffet’ storten, maar ze hebben dit niet echt nodig omdat hun maag enorm kan uitzetten. Honden zijn ook aaseters en schuimen graag naar restjes. Als er ergens eten ‘onbewaakt’ blijft liggen, weet de hond het meestal snel te vinden. 

Dilemma. Want je kat moet altijd aan haar eten kunnen en je hond mag het niet voortdurend oppeuzelen. Wat nu?

Katten hebben andere behoeften dan honden

Katten en honden zijn compleet andere diersoorten met compleet andere behoeften. Katten zijn solitaire jagers, honden jagen in groep. Katten hebben een metabolisme waardoor ze de hele dag door kleine maaltijden nodig hebben, honden komen perfect de dag door na een stevige schranspartij omdat hun maag enorm kan uitzetten. Katten staan alleen in voor hun veiligheid, honden vertrouwen op de sociale groep. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Je moet dus voor beide diersoorten andere dingen voorzien om ze gelukkig te maken en hun welzijn te garanderen.

Elk een eigen veilig plekje is superbelangrijk!

Elk dier heeft een eigen veilig plekje nodig. Een plekje waar ze niet gestoord worden (ook niet door jou), waar ze tot rust komen en waar ze kunnen bekomen als er iets spannends is gebeurd. Bij gebrek aan zo een veilig plekje, kan de spanning blijven oplopen. En dit kan soms overweldigend overkomen. 

Heb je bijvoorbeeld vijf katten, dan hebben ze allemaal een veilig plekje nodig zodat ze van elkaar weg kunnen als ze hier nood aan hebben en liefst nog een plekje reserve, just in case.

Dit geldt uiteraard ook voor de hond. Je hond heeft ook recht op zijn ‘safe space’ wanneer hij al dat kattengeweld of zijn eigen soortgenoten even beu is. Door iedereen z’n veilig plekje te gunnen, verminder je de kans op ernstige conflicten.

Pure miscommunicatie

Bij  een conflict tussen kat en hond zijn er een paar vaak terugkerende patronen. De volgende scène herken je ongetwijfeld. Het gaat over een kat en een hond die elkaar niet kennen en plots bij elkaar worden geplaatst. Ze hebben allebei een andere lichaamstaal waardoor de communicatie mank loopt en de spanning oploopt.

De hond wil snuffelen omdat hij op die manier met ‘nieuwe’ dingen omgaat. De kat, zowel een roofdier als een prooidier, krijgt het al benauwd bij het zien van de hond en zwiept geïrriteerd met haar staart of toont haar flank terwijl ze een hoge rug opzet. Of ze wordt bang en begint te blazen. Of ze bevriest. Of ze zet het op een rennen.

Wat denk je dat de hond, een geboren jager, doet wanneer de kat het op een lopen zet? Hij zet de achtervolging in. Of misschien ziet hij de kat wel als iets engs dat hij graag van nabij wil onderzoeken. Dus zet hij alsnog de achtervolging in.

De kat wordt achterna gezeten en wordt bang van de hond. Ze krijgt al stress als ze de hond ziet en zal de volgende keer waarschijnlijk nog sneller wegvluchten. Vervolgens gaat de hond nog sneller op de kat reageren. Tot op het punt dat de kat bepaalde ruimtes vermijdt of zich niet meer durft bewegen als de hond in huis is. De hond krijgt dan ook meestal onder z’n voeten omdat hij de kat achterna zit en gaat uit frustratie blaffen wanneer hij de kat ziet.

Uiteraard zijn hier allerlei variaties op. Het is ook mogelijk dat de hond bang is omdat de kat ooit een flinke tik uitdeelde. Dan gaat de hond misschien blaffen om de kat weg te jagen. De kat wordt dan weer bang op haar beurt. Het lijkt wel een komische scene uit een tekenfilm, maar dat is het jammer genoeg niet.

7 praktische tips om hen te helpen

Met deze zeven adviezen kan je issues en ongewenst gedrag voorkomen. Het volstaat je in de leefwereld van kat en hond te verplaatsen.

1. Denk goed na over WIE je in huis haalt

De ene kat of de ene hond is de andere niet. Heb je een zelfzekere kat op het oog? Dan is de kans groter dat die het ‘hondengeweld’ wel aankan als je je omgeving goed aanpast aan beide diersoorten. Heb je een rustige en stabiele hond op het oog? Dan zal die waarschijnlijk beter met kattengrillen omkunnen.

Iedere kat en iedere hond is anders. Daarom moet je je keuze goed overwegen. Er zijn katten die enorm stressgevoelig zijn en een hond (die nogal ‘in your face’ is) niet aankunnen. Omgekeerd zijn er honden die zo gevoelig zijn dat ze als een gek beginnen te blaffen wanneer een kat opeens van een hoogte springt. Kijk dus altijd naar het karakter van je hond of kat en niet alleen naar de soort.

2. Fail to plan and plan to fail...

Pas je huis in kleine stapjes aan en begin al weken of maanden van tevoren. Voorzie alles wat kat en hond nodig hebben om aan hun trekken te komen. Zo vermijd je conflictsituaties. Door de veranderingen geleidelijk aan in te voeren, voorkom je trouwens veel spanning. Zo kan je kat of hond al wennen aan de nieuwe omgeving zonder dat de nieuwe ‘indringer’ ineens opduikt.

Voorzie grote drinkbakken of -kommen op meerdere plekken. Op die manier drinkt de kat niet altijd uit de drinkbak van de hond en garandeer je de hond ook een rustige drinkplek. In normale, harmonieuze situaties is het perfect mogelijk dat kat en hond eenzelfde drinkbak delen. Maar als er spanningen zijn of als honden zich bedreigd voelen, bestaat het risico dat ze drinkbronnen ‘claimen’. Door opties en overvloed te creëren, verminder je de kans op conflicten, frustratie of agressie.

Maak gebruik van de lichamelijke verschillen om beide diersoorten te scheiden. Creëer plekjes in de hoogte voor je kat of plaats babyhekjes of barrières waar alleen je kat over kan. Voor de hond kan je een plekje voorzien dat enkel toegankelijk is via een doggy door of iets dergelijks. Katten zijn enorm gevoelig aan hun vacht en zullen dit vermijden, zeker als ze weten dat ze daarna in dog country belanden. Zo krijgt je hond ook een cat-free zone. Een mand of een bench zijn ook mogelijk, maar let goed op met de locatie. Plaats het ‘hondenplekje’ bv. niet vlakbij de hoogtes voor de kat.

 

Als kat & hond : 6 adviezen

© Daniëlla De Coster – Meet your new best friend: Mr. Babygate

3. Schuilplekken en visuele barrières

Voor katten is het belangrijk dat ze kunnen schuilen. Voorzie dus zeker genoeg schuilplaatsen en visuele barrières naast je hoogtes. Plaats ook bijkomende krabmeubels zodat je kat op een natuurlijke manier met al die spanning kan omgaan.

Op onderstaande foto wordt het territorium van kat en hond gescheiden door babygates. De plant doet dienst als visuele barrière waar de kat zich achter kan verstoppen als de hond aankomt. Op de achtergrond staat ook een bankje naast het 2e hekje: dit is een opstapje voor de senior (Louis). Op het achterste hekje hangt tenslotte een krabmatje zodat Louis altijd zijn stress kwijt kan door te krabben. Zo kan hij op een constructieve manier met stress omgaan.

Als kat & hond : 6 adviezen

© Daniëlla De Coster – senior Louis in zijn geoptimaliseerde zone

4. Safety First

Zorg er altijd voor dat veiligheid op de eerste plaats komt. Vooral bij honden die herplaatst worden vanuit asielen omdat je niet weet hoe zij op katten reageren. Ben je niet zeker van je stuk? Werk dan met een lijn, leer een muilkorf aanbrengen (ja, aanleren, niet zomaar opzetten) of plaats hekjes om fysiek contact te vermijden.

5. It's all about first impressions

Zet kat en hond nooit plots bij elkaar want de eerste kennismaking of indruk is heel belangrijk. Zorg ervoor dat de nieuwe huisgenoot de eerste dagen rustig kan bekomen. Voorzie een veilig plekje van waaruit de nieuweling de rest van het huis en de andere huisgenoten kan ontdekken. Doordat kat en hond elk in hun eigen “cocon” aan elkaar wennen, verloopt de introductie gemakkelijker.

Wanneer ze elkaar horen of zien, koppel je dit aan iets lekkers of leuks terwijl ze wennen aan hun nieuwe omgeving. Kat hoort hond of andersom = iets leuks/lekkers. Kat ziet hond of andersom = iets leuks/lekkers. Forceer niets en garandeer hun veiligheid door vluchtroutes te voorzien en je hond bv. aan de lijn te houden (een losse lijn om geen extra spanning te creëren). Ook het gebruik van babygates is een troef.

Probeer tijdens je introductie rustig te werken. Beter traag en goed dan snel en fout. Het best introduceer je elkaars geur al voordat de nieuwe huisgenoot intrekt. Koppel die geur vervolgens aan iets positiefs zoals iets lekkers. Belangrijk: leg het doekje of het voorwerp met de geur niet vlak naast het lekkers, maar zorg voor wat afstand. Anders bestaat het risico dat je kat of hond niet meer durft eten door de ‘vijandige’ geur.

6. Heb begrip voor de taalbarrière

Honden en katten spreken een compleet andere taal. Ze begrijpen elkaar ook vaak niet helemaal. Begrip voor die onderlinge taalbarrière is dus heel belangrijk. Het is niet eerlijk je kat of hond te straffen omdat ze op een ‘ongewenste’ manier op elkaar reageren. Meer nog, door ze te straffen laat je de situatie net escaleren. Het risico bestaat dat ze die straf associëren met elkaars aanwezigheid. En dat wil je ten alle prijze vermijden. Ik geef je enkele herkenbare voorbeelden van de taalbarrière.

“Dring je niet zo op”

De kat ligt ergens neer, de hond komt snuffelen en de kat verkoopt een mep met haar poot. De hond springt vervolgens nerveus heen en weer, rent als een gek door het huis of valt de kat nog meer lastig. Hoewel de hond in dit voorbeeld op een rustige manier contact zoekt, is dit voor de gereserveerde kat al een brug te ver. Een communicatieprobleem dat al snel kan verglijden naar het klassieke kat- en hondspel terwijl geen van beiden iets “verkeerds” heeft gedaan.

.“Allez, speel toch met me”

Honden maken een boog om anderen tot spel aan te moedigen en blaffen soms om de aandacht te trekken of uit frustratie omdat hier niet op ingegaan wordt. Katten spelen liever alleen en begrijpen hier niet zoveel van. De kat kan bang worden en het op een lopen zetten. De hond ziet dit dan weer als een uitnodiging om te spelen en zet de achtervolging in, waardoor de kat dan weer met schrik opgezadeld zit.

7. Werk op het tempo van de traagste

Het kan zijn dat je hond er helemaal klaar voor is maar dat je kat het nog niet volledig ziet zitten… Of omgekeerd… Dan kan je dat niet forceren. Werk op het tempo van de traagste want alleen zo zal het voor beiden een leuk samenleven worden. 

Verwacht ook niet dat onbekende individuen elkaar op een week tijd door en door kennen en vertrouwen. Wij gaan ook niet samenwonen met de eerste de beste die we tegenkomen omdat een vriend of vriendin je zei dat dat wel een “goed persoon” is. 😉

Het kan zelfs zijn dat ze elkaar nooit 100% zullen vertrouwen door hun herkomst of door de taalbarrière. Maar dat betekent niet dat ze niet vredig kunnen samenleven. En daar kan jij als eigenaar het verschil maken. Aan de slag dus!

Wil je hier meer over weten en hoe je hiermee aan de slag kan?

In de nieuwe online cursus “Hond en Kat” kom jij alles te weten over wat beide diersoorten nodig hebben, hoe je problemen kan spotten én wat jij NU al kan doen!

Share on facebook
Deel op Facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op LinkedIn
Share on pinterest
Deel op Pinterest
Share on whatsapp
Deel via Whatsapp
Share on email
Deel via email